![]() |
Wandelroute Sint-Martens-Latem & Deurle |
| Home | Inleiding | Sint-Martinuskerk | De Latemse School | De Leie | Het Tempelhof | De Golf van Latem | Kasteel van Deurle | Sint-Aldegondiskerk | Dorpstraat (Deurle) | Kapitteldreef (Deurle) | Koutermolen | |
De Sint-AldegondiskerkWandelroute Monumenten en Landschapszorg v.z.w.©
Wanneer men op het einde van de 18de eeuw het voornemen maakte de bestaande kerk te vergroten, werd dit plan verijdeld door de Franse Revolutie en behorende anti-klerikale periode. Het zou dan nog tot 1829 duren eer men met de nieuwe kerk begon. De oude kapel werd in twee fasen afgebroken, te beginnen met koor en dwarsbeuk. De nieuwe kerk kreeg drie beuken en een koor met driezijdige sluiting. Nadat het gebouw in 1845 getroffen was door de bliksem, werden ook de resterende gedeelten van de middeleeuwse kapel gesloopt, te weten de toren en het eenbeukige schip. De kerk werd dan naar het westen verlengd met twee traveeën en een vierkante westertoren. In 1912 kreeg het bedehuis zijn definitief uitzicht door het bijbouwen van twee kleine torentjes naast de hoofdtoren. De vensters werden toen ook voorzien van neo-Romaanse rondbogen. Het hele uitzicht van de kerk is trouwens neo-Romaans, in tegenstelling tot het neo-classicisme van het interieur. De overheersende indruk binnen is er één van rustige monumentaliteit : stevige Toscaanse zuilen, zware ronde gordelbogen en de opvallende soberheid van de halfronde absis domineren dit interieur.
Tegen de buitengevels van de kerk prijken reliëfs met het leven van Sint-Aldegonde, werk van Oscar Sinia uit 1952. Ook hier vinden we, zoals te Sint-Martens-Latem, talrijke artiestengraven op het omringende kerkhof. Jenny Montigny (1875-1937), J,L. De Belder (1912-1981), Leon en Gust De Smet (1881-1966, 1877-1943) en Albert Claeys (1889~1967) vonden er hun laatste rustplaats, evenals dierenschilder Xavier De Cock (1818-1967). Dit laatste graf, dicht bij de hoofdingang, wordt door een bronzen reliëf gesierd. De dodenakker herbergt bovendien een merkwaardige grafkapel van de familie de Spoelbergh, gebouwd omstreeks 1900. Het wolfsdak met geknikte helling heeft aan de voorzijde een overstekende rand, geschraagd door een versierd halfrond houtskelet dat zelf op consoles rust. De voordeur wordt bovendien nog beschut door een bijkomende luifel. |