Het Tempelhof

stijger.jpg (2892 bytes)

Men verwijlt even bij de aanlegsteiger, waar even verder links de Meersbeek in de Leie uitmondt. De beek verzorgt de afwatering van de Latemmeersen.

Rechts staat een oude hoeve, Tempelhof of Sint-Baafshoeve geheten (Dorp nr. 5). Ze dateert van omstreeks 1620 maar werd in 1944 door architect Valentin Vaerwyck verbouwd in neo-traditionele stijl.

De naam Tempelhof vindt zijn oorsprong in een oude legende die verhaalt dat ridders van de Tempeliersorde op deze plaats verbleven. Waar deze legende vermoedelijk naar het rijk der fabelen mag verwezen worden, is het wel zo dat het Tempelhof of het goed Up Laethem zoals het vroeger genoemd werd, naar alle waarschijnlijkheid een overblijfsel is van een Latemse heerlijkheid die in de 12de eeuw toebehoorde aan de Gentse Sint-Baafsabdij. Andere bronnen laten de oorsprong zelfs teruggaan tot de 9de eeuw en vereenzelvigen het Tempelhof met het in het reeds vernoemde Liber Traditionum vermelde Huicalhem.

Het oud gemeentehuis, Latemstraat nr 20In elk geval was het een belangrijke hoeve waar de vierschaar zetelde en waarvan de pachters vooraanstaande functies bekleedden in het lokaal bestuur. Het complex strekte zich vroeger uit tot aan de Sint-Martinuskerk en omvatte naast een neerhof ook een opperhof of vesting, een brouwerij en een graanmolen. Met dit alles behoorde de hoeve tot de vijf grootsten van de gemeente.

Het huidige Tempelhof, niet meer dan het woonhuis van het oude neerhof, bestaat uit een hooghuis, met een onderkelderde kamer, tussen twee zijtrapgevels en een laaghuis onder een zadeldak. Het is de oudste bewaarde woning van Sint-Martens-Latem.

Naast het Tempelhof staat nog het huis waar achtereenvolgens Valerius de Saedeleer (1867-1941) en Maurice Sys (1880-1972) gewoond hebben (Dorp nr. 7). de Saedeleer leefde er van 1898 tot 1908, Sys van 1909 tot aan de Eerste Wereldoorlog en ook nog korte tijd daarna.

In de meersen aan de overkant van de Leie ligt het gehucht Keuze, met kasteel en omringend park.

Men wandelt terug tot aan het gemeentehuis, waar men links het Dorp volgt tot aan het kruispunt met de Latemstraat en de Mortelputstraat. Tegenover dit kruispunt ligt het nieuwe kerkhof van Sint-Martens-Latem. Op een klein ereperk dicht bij de ingang vindt men er de graven van schilders Hendrik Caspeele (1889-1983), Hubert Malfait (1898-1971), Pol Van Assche (1894-1968) en Edgard Gevaert (1891-1965) met zijn echtgenote Marie Minne (1895-1985). Ook dichter Richard Minne vond er zijn laatste rustplaats.

Avondrust gelegen te Koperstraat nr 39Men moet rechts over een korte afstand de Latemstraatvolgen, tot aan de tweesprong waar Galerij Oud Gemeentehuis staat (Latemstraat nr. 20). Onder de naam Koekeloerekoet, is dit gebouw reeds in de 17de eeuw gekend. Later, tot in 1859, fungeerde het als gemeentehuis, wat zijn naam verklaart.

Nadien werd het een afspanning. De huidige gevel dateert van rond de eeuwwisseling. Met zijn torentje, overschilderde spe.klagen, lisenen en smeedijzeren versieringen is het goed te vergelijken met de stationsgebouwen uit die periode.

Rechts begint de Koperstraat. 't Schildershuis aan de rechterzijde is niets anders dan een oude, omgebouwde hoeve (Koperstraat nr. 20). Hier verbleef kunstschilder Leon De Smet tussen 1906 en 1913. Later diende het als buitenverblijf voor kunstcriticus en schilder Georges Chabot.

Interessant is de grote cottage links, Avondrust (Koperstraat nr. 39). Het werd in 1917 in opdracht van een Gents industrieel gebouwd en is één van de oudste buitenverblijven van Latem. Gelegen achterin een mooi aangelegde tuin vond men voor de bouw van deze woning inspiratie in Engeland. De toegang zit gevat tussen een cementen afsluiting in boomstamimitatie.

Het huis heeft gevarieerde venster vormen, veelal met kleine vierkante verdelingen. Erkers, terrassen en balkons maken er een levendig geheel van.

torenhof.jpg (10704 bytes)Aan het volgende kruispunt staat een grote acacia, met zijn wetenschappelijke naam Robinia pseudoacacia geheten.

Men gaat links de Heidebergen in en wandelt doorheen een bosrijke zone met forse beuken tot in het gehucht Brakel, één van de oudste bewoningspunten van de omgeving. Het stond reeds bekend in het jaar 736 onder de naam Brakela.

n de onmiddellijke omgeving werden zelfs overblijfselen uit de IJzertijd gevonden en vooral uit de Gallo-Romeinse periode. Na de verovering van de streek door de Romeinen was de bevolkingsdichtheid immers toegenomen. Landbouw en handel beleefden een bloei die zou voortduren totdat de Germanen in de 5de eeuw een einde maakten aan de Romeinse overheersing. Van de Baarie Frankrijkstraat rechts onthoudt men dat Albert Servaes er zijn befaamd Torenhuis bewoonde.

Men volgt echter de Brakelstraat en ziet na honderd meter rechts een verbouwde hoeve staan, die volgens de ankering uit 1767 dateert (Brakelstraat nr. 1 0).

Aan de eerste splitsing kiest men links de Nelemeersstraat.