![]() |
Wandelroute Sint-Martens-Latem & Deurle |
| Home | Inleiding | Sint-Martinuskerk | De Latemse School | De Leie | Het Tempelhof | De Golf van Latem | Kasteel van Deurle | Sint-Aldegondiskerk | Dorpstraat (Deurle) | Kapitteldreef (Deurle) | Koutermolen | |
De Leie en het LeiebiotoopWandelroute Monumenten en Landschapszorg v.z.w.©
Het typisch Leielandschap is in essentie een product van de jongste ijstijden. Een forse daling van het zeeniveau gaf ruim een miljoen jaren geleden het ontstaan aan uitgestrekte rivierdalen zoals de Vlaamse vallei, waarvan de Leievallei deel uitmaakt.
De Leie, de «Golden River»Sint-Martens-Latem is voor velen onlosmakelijk verbonden met de Leie. Deze rivier ontspringt in Frankrijk in Lisbourg op de Artesische hoogvlakte. Vervolgens vloeit ze in oostelijke richting naar Gent, waar ze in de Schelde uitmondt.
Om de bevaarbaarheid van de Leie te verhogen werden al vroeg belangrijke infrastructuurwerken uitgevoerd. Door de Engelsen werd de Leie de "Golden River" genoemd, een naam die ze te danken had aan de vlasnijverheid. Met de vezels van de stengels van de vlasplant kan, na de nodige bewerkingen, linnen vervaardigd worden. Eén van de essentiële onderdelen in dit proces was het zogenaamde 'roten' van het vlas. Hierbij worden de stengels in water ondergedompeld, waardoor de samenhang van de vezels verminderd wordt. Dit gebeurde door houten rootbakken, gevuld met vlasstengels en stenen omwille van het gewicht, gedurende één a twee weken in de Leie onder te dompelen. Dat deze industrietak dergelijke omvang kon aannemen, was in niet onbelangrijke mate te danken aan het trage verval van het Leiewater. Door een te sterke stroming zouden immers de bacterieën, die voor het rottingsproces zorgen, weggespoeld worden en zou er teveel bodemvuil losgewoeld worden dat het vlas dan weer zou verontreinigen. Daarnaast mag niet vergeten worden dat de Leie arm aan kalk en ijzer is. Kalk zorgt er immers voor dat de vlasvezels te hard worden en de aanwezigheid van ijzer doet roestvlekken op het vlas ontstaan. Rond 1913 bereikte de vlasnijverheid haar hoogtepunt. In dat jaar werd meer dan 120 miljoen kilogram vlas in de Leie geroot. Maar het vlasroten bracht ook een aantal problemen met zich mee. Waterbevuiling met vissterfte en moeilijkheden voor blekerijen en brouwerijen tot gevolg, hindernis voor de scheepvaart en een alom tegenwoordige zure rootgeur leidden ertoe dat doorheen de eeuwen telkens opnieuw gedebatteerd werd over de aanwezigheid van de vlasindustrie. Dit alles leidde in 1943 tot een definitief verbod, waardoor de vlasnijverheid teloor ging ondanks pogingen om vlas te roten in betonnen bakken waarin geen Leiewater meer werd gebruikt. |