Sint-Martens-Latem en Deurle, een paradijs voor wandelaars

De wandelaar komt in Deurle ongetwijfeld aan zijn trekken, want midden een prachtig stukje natuur liggen diverse wandelpaden, als het Xavier De Cockpad, over een afstand van 3 km.
Het wandelpad vangt aan bij de kerk en gaat langs het kerkwegeltje naast de pastorie - met de in 1915 opgerichtte Lourdesgrot - naar de Pontstraat toe, langs het gemeentelijk wandelbos, in de volksmond Den Berg genaamd, richting Leiepark, gebouwd naar een idee van architect Minard en gelegen in het oud kasteeldomein van baron della Faille-d'Huysse.

Terug naar het dorp toe gaat men langs de, door de Sint-Kristoffelconfrerie beschermde, Sint-Antoniuskapel, langs Het Kruis Lieven Heerken, voorbij "Les Buttes de Ste-Aldegonde" naar het Cyriel Buyssepad toe, gelegen tegenover het oude Boldershof, thans café-restaurant 't Schuttershof.

Wie de "cultuurroute" verkiest moet langs het Gaston Martenspad. Bij deze tocht kan men meerdere musea bezoeken en via "Bachtenberge", langs de Muldersdreef opnieuw de dorpskom bereiken.

Ook het Warandebos, de Rode Beukendreef - met het Kasteel van Deurle, in 1776 gebouwd door Jan de Causmaeker, procureur-generaal bij de Raad van Vlaanderen, de Bosgalm en de Galgeput, een turfvijver, zijn bezienswaardig.

Deurle telt daarenboven heel wat gerenommeerde culinaire oorden en bistro's.
Een merkpaal, sinds lang uit het dorpsbeeld verdwenen is Deurle-molen. Hij stond op de Molenberg en werd gebouwd omstreeks 1592. Hij werd in 1918 door de terugtrekkende Duitse troepen vernield.
Cyriel Buysse kocht hem van de laatste molenaar, Serafien De Baere, liet naast de heropgeknapte molen een palenwoning optrekken, waar hij menig roman neerpende.

Bezienswaardigheden van Deurle

Naar zeggen van de vele wandelaars en toeristen, liggen de meest pittoreske plekjes van de huidige fusiegemeente Sint-Martens-Latem in ... Deurle.

Daarenboven telt deze deelgemeente musea als de Stichting Mevrouw Jules Dhondt-Dhaenens, het Gemeentelijk Museum Gust De Smet en het Musuem Léon De Smet.

De Galerij Deurle-Dorp, het vroegere Deurlica, is de oudste kunstgalerij van de Leiegemeente en het eigenlijk cultureel- en concertleven van Latem wordt steeds meer gecentraliseerd in het Museum Dhondt-Dhaenens.

Tijdens diverse oorlogen is Deurle niet gespaard gebleven van vijandige bezetting, maar desondanks bleef het één de mooiste Leiedorpen met een typisch Vlaamse dorpskom. Aan de Pontstraat en het Leiepark heeft men een prachtig uitzicht op de Leie en haar meersen. Bij helder weer ontwaart men zonder moeite het Kasteel van Ooidonck en de kerk van Leerne.

In de oude dorpskom vindt men de typische lage huizenrijen en de pastorie, gebouwd in 1785, met aan de overzijde de in 1829 opgetrokken St-Aldegondiskerk, omringd door het kerkhof met de artiestengraven van Xavier De Cock, Gustaaf en Leon De Smet, Jenny Montigny, Oscar Coddron, Jan Van Holder en Albert Claeys, naast deze van Hugo Van den Abeele, Jozef De Belder en Gaston Martens.

Bezienswaardigheden van Latem

Toen de eerste kunstschilders zich in dit gezegend oord kwamen vestigen, straalde het van rust en landelijkheid.

Verscholen in zijn gordel van velden, weiden en bossen waren Sint-Martens-Latem en Deurle nog échte, kleinschalige dorpsgemeenschappen.
De dorpskernen waren beperkt en de dorps- en kerkpleinen waren omgeven door enkele "estaminets", winkels en schooltjes.

De deels Romaanse, deels neo-gotische Sint-Martinuskerk werd begin 1991 in haar oorspronkelijke glorie hersteld.
De kerk en de dorpskern werden echter reeds in 1983 als monument en dorpsgezicht geklasseerd. Het kerkinterieur bevat enkele merkwaardige relieken.

Het Latems gemeentehuis (met de befaamde Artiestenzolder), een neo-gothisch gebouw, in 1939 opgetrokken en een 39 hectare groot golfterrein (1909), dat de naam kreeg "Les Buttes Blanches" en gesticht werd door Albert Feyerick, maar sinds de taalwet omgevormd werd tot Royal Latem Golf Club vzw, veranderden het oorspronkelijk landschap.

Langs de Latemstraat vindt men naast talrijke (oud-) winkels-estaminets en kunstenaarswoningen, zoals deze van Frits van den Berghe, de huidige Taverne Den Atelier.

Ter hoogte van het vroegere Latems Museum voor Moderne Kunsten treft men de  vijver met de processie-kapel, in 1839 gebouwd door burgemeester Bernard Van Huffel. De vijver en het driehoekig plein eromheen dateren vermoedelijk uit de Frankische tijd, toen daar de oudst vermeldde (823) nederzetting ontstond.

Niettegenstaande de inplanting van vele pronkerige villa's, heeft het landschap nog een deel van zijn primitieve aspecten kunnen behouden.
Er zijn nog nette hoevetjes, die de sfeer van weleer weergeven en, hoewel grotendeels ontbost, de verscheidenheid van natuur van de gouden jaren, met een verscheidenheid aan landerijen, weiden en bosfauna, laten raden.

Het grootste aantrekkingspunt blijft echter de Leie.

De dorpskom omvat enkele gezellige peuzelkroegen zoals de Kunsthoeve en de Kerkenhoek, een gezellig typisch dorpscafé hoe kan het anders - Sint-Martinus genaamd en een befaamd restaurant De Klokkeput, ooit, onder impuls van Miel De Cauter, het centrum van een bloeiend cultureel leven en sfeervolle muziekbeleving.

De gemeentelijke aanlegsteiger treft men aan de vroegere losaard achter het dorp, met een prachtig uitzicht op de wijdse meersen van Drongen en rechts de oude abdijhoeve, Het Tempelhof, en de vroegere artiestenwoning van Valerius de Saedeleer en Maurice Sys.

In de vallei van de Meersbeek, tussen de Meersstraat en de Kwakstraat, treft men nog een uniek stuk Leiebiotoop, ruim 6 hectare groot en eigendom van de gemeente.

In het uniek kader van de Kwakstraat, aan de rand van de alluviale vallei, staat het Gemeentelijk Cultureel Centrum Zomernest.
Het domein beslaat zowat anderhalve hectare en biedt plaats aan jeugdwerking, recreatie voor scoutisme, kruisboogschieten en krulbollen. In dit domein is bovendien de Latemse Teken- en schildersschool en de kantclub 't Fransientje onderdak.

Aan het driehoekspleintje op de kruising van de Eikeldreef, Heidebergen, Baarle-Frankrijkstraat en Brakelstraat, ligt wellicht de oudste woonkern van het gehucht Brakel en dus zeker van de Leiegemeente. Bij archeologische opgravingen, onder leiding van Frank Vermeulen, vond men er sporen uit de IJzertijd en munten en urnen uit de Gallo-Romeinse periode.
De eerste vermelding van het gehucht dateert uit 736.

Meer naar de Leie toe treft men het Torenhuis, in 1917 gebouwd in opdracht van Albert Servaes, die er verbleef van 1918 tot 1944.

Verder naar Baarle-Drongen toe loopt men langs de woning-atelier van Evarist De Buck, recht op "Baarle-Veer" af. Tot 1940 werden daar karren en auto's overgezet door middel van een grote veerpont. Tot 1966 bleef het Oude Veer het recreatie-oord bij uitstek voor watersporters en pleziervaarders.
Nu dient de overzet enkel nog voor het overbrengen van voetgangers en fietsers. Aan de oevers van de Leie, aan de Baarle-Frankrijkstraat, treft men nog talrijke warmoezeniers, die er van oudsher hun akkers hebben.